Korte geschiedenis van de Faculteit Letteren

Mits enige nuancering kan men stellen dat de Faculteit Letteren zo oud is als de Leuvense universiteit zelf, die in 1425 door toedoen van de Leuvense stadsmagistraat en van Jan IV, hertog van Brabant, werd opgericht. Paus Martinus V gaf de toelating tot de oprichting te Leuven van een studium generale met vier faculteiten: Artes, Kerkelijk Recht, Burgerlijk Recht en Geneeskunde. In 1432 werd daaraan een Faculteit Godgeleerdheid toegevoegd, waardoor het studium generale naar middeleeuwse begrippen een volwaardige universiteit werd.

De geschiedenis van de Faculteit Letteren loopt parallel met die van de Leuvense universiteit, waarin men vanuit een institutioneel oogpunt vier grote periodes kan onderscheiden:

  1. De Oude Universiteit (1425-1797)
  2. De Rijksuniversiteit (1817-1835)
  3. De Katholieke Universiteit (1835-1968)
  4. De autonome Nederlandstalige Katholieke Universiteit (vanaf 1968)

 

De Oude Universiteit (1425-1797)


De Artesfaculteit was de voorloper van de huidige Faculteiten Letteren en Wetenschappen. Het encyclopedisch onderricht in de Artes was een soort polyvalente kandidaatsopleiding. Het ging terug op de "zeven vrije kunsten", onderverdeeld in trivium (grammatisch-literair-filosofische vorming) en quadrivium (wiskunde en natuurwetenschappen). Het magisterdiploma in de Artes gaf toegang tot de hogere faculteiten (Godgeleerdheid, de beide Rechten en Geneeskunde). Voor de organisatie van dit artesonderricht had men zich geïnspireerd op de universiteiten van Parijs, Keulen en Wenen.

Vermeldenswaard is het verblijf te Leuven van Erasmus (1502-1504 en 1517-1521), de stichting van het Collegium Trilingue en de grote bloeiperiode van het humanisme. In de tweede helft van de 16e eeuw verschafte de aanwezigheid van Justus Lipsius de universiteit en de Artesfaculteit in het bijzonder een internationaal aanzien. De humanistische letteren kenden te Leuven na Lipsius een zekere nabloei tot het midden van de 17e eeuw. Van het filosofisch en natuurwetenschappelijk onderwijs kan niet hetzelfde gezegd worden. Pas in de 18e eeuw werd het ondertussen verouderd scholastiek programma vervangen door Cartesiaans geïnspireerde filosofische materies en door moderne natuurwetenschappen. Tegen 1780 was het onderwijs te Leuven opnieuw op peil en werd er weer oorspronkelijk onderzoek verricht. Tot een nieuwe bloei zou het echter als gevolg van de toenemende politieke instabiliteit niet meer komen. Na de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk (1795) werd de Oude Universiteit op 25 oktober 1797 afgeschaft.

top

 

De Rijksuniversiteit (1817-1835)


Na de val van Napoleon werden de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden in één rijk verenigd. Naar het model van het Noorden werden in het Zuiden in 1817 drie rijksuniversiteiten opgericht, waarin nog steeds het Latijn als voertaal werd gebruikt: te Leuven, Gent en Luik. Aan de Leuvense universiteit, die in totaal ongeveer 500 studenten telde, waren trivium en quadrivium voortaan ondergebracht in afzonderlijke faculteiten. De Faculteit Wijsbegeerte en Letteren fungeerde in wezen als propedeuse voor de Faculteit Rechten. Het onderwijs in de faculteit was zowel filologisch als cultuurhistorisch vooral op de klassieke oudheid gericht. Daarnaast moesten vaderlandse geschiedenis en Nederlandse letterkunde de vorming van een nationaal gevoelen dienen.

Na de Belgische revolutie werd de Rijksuniversiteit Leuven door de wet van 27 september 1835 afgeschaft. Haar plaats werd dadelijk ingenomen door de Katholieke Universiteit, die het jaar voordien door de Belgische bisschoppen op basis van de grondwettelijke onderwijsvrijheid was opgericht.

top

 

De Katholieke Universiteit (1835-1968)


De Faculteit Wijsbegeerte en Letteren werd één van de vijf faculteiten in de Katholieke Universiteit, die voortaan het Frans als voertaal gebruikte. Zij fungeerde nog steeds overwegend als propedeuse voor de Faculteit Rechten. Het onderwijs bleef lange tijd beperkt tot wijsbegeerte, geschiedenis en letterkunde. Tussen 1878 en 1886 werden een aantal wetenschappelijke doctoraten ingericht. Door de onderwijswet van 1890, die de lerarenopleiding voor het middelbaar onderwijs aan de universiteiten toevertrouwde, werden wettelijke programma's ingevoerd voor wijsbegeerte, geschiedenis, klassieke filologie, Romaanse filologie en Germaanse filologie. Vanaf dat ogenblik kreeg de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren steeds meer een eigen finaliteit. Na de Eerste Wereldoorlog werden in toenemende mate Nederlandstalige colleges ingericht en zo kreeg de faculteit geleidelijk een tweetalig karakter.

Ondertussen had zich, in samenwerking met de Faculteit Godgeleerdheid, een belangrijke traditie ontwikkeld op het vlak van de studie van de Oosterse talen en culturen. In 1936 leidde dit tot de oprichting van het Instituut voor Oriëntalistiek, dat een wereldfaam verwierf. De geleidelijke ontwikkeling van het kunsthistorisch onderwijs mondde uit in de oprichting van het Hoger Instituut voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis in 1942.

De wijsbegeerte verdween in de faculteit geleidelijk naar de achtergrond, naarmate het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, dat reeds in 1889 als een autonoom instituut was opgericht, aan betekenis won. Een wijziging van de universitaire wetgeving zou in 1991 een volledige transfer van de studierichting wijsbegeerte naar het H.I.W. mogelijk maken. Dit had een weerslag op de naamgeving van de faculteit, die voortaaht, aan betekenis won. Een wijziging van de universitaire wetgeving zou in 1991 een volledige transfer van de studierichting wijsbegeerte naar het H.I.W. mogelijk maken. Dit had een weerslag op de naamgeving van de faculteit, die voortaan zonder meer Letterenfaculteit werd genoemd.

Vanuit het H.I.W. werd het onderwijs in de experimentele psychologie ontwikkeld. In de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren werd in het kader van de lerarenopleiding de nodige aandacht besteed aan de opvoedkunde. In 1923 werd een School voor Opvoedkunde en Psychologie opgericht, die formeel werd ondergebracht bij de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren, maar in 1967 een zelfstandige faculteit zou worden.

top

 

De autonome Nederlandstalige Katholieke Universiteit (vanaf 1968)


Nadat de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Louvain-la-Neuve (Wallonië) was overgebracht, vond de Letterenfaculteit onderdak in een nieuw gebouw, naar een ontwerp van Marc Dessauvage, dat in oktober 1974 in gebruik werd genomen. Naderhand werd dit gebouw het 'Erasmushuis' genoemd.

In de Letterenfaculteit studeren momenteel ongeveer 3.400 studenten in één van de dertien academische studierichtingen en de vijftien voortgezette academische opleidingen. Het academisch personeelsbestand telt 224 personen (zelfstandig academisch personeel 87, assisterend academisch personeel 40, bijzonder academisch personeel 97). Voor de logistieke ondersteuning kan de Faculteit rekenen op 38 administratieve en technische personeelsleden.
top

 

Emiel Lamberts

 

http://binaryoptions2013.org make money with binary options